Auteur: admin

  • Lange, slappe kiemplantjes?

    Dunne stengels die omvallen betekenen bijna altijd één ding: te weinig licht.

    Kiemplanten die te weinig licht krijgen, rekken zich uit om het te vinden. Ze worden lang, bleek en slap. Dat heet vergeilen.

    • Zet de tray direct op de lichtste vensterbank.
    • Draai de tray elke dag een kwartslag, zodat ze recht groeien.
    • Te warm en te donker versterkt het effect. Zet ze na het kiemen iets koeler.
    • In de winter helpt een kleine kweeklamp enorm.

    Vergeelde plantjes kun je bij het verspenen iets dieper in de grond zetten. Tomaten maken dan zelfs extra wortels langs de stengel.

  • Zaaien in de vensterbank: zo begin je

    Basilicum, tomaat of zonnebloem. Met een paar potjes en wat geduld zie je binnen een week de eerste kiemen.

    Wat je nodig hebt

    • Zaaigrond of kokosgrond: fijn, luchtig en arm aan voeding.
    • Kleine potjes, zoals de Sproet-ontkiemset.
    • Een lichte, warme plek (rond 20 °C).
    • Een plantenspuit.

    Stap voor stap

    • Maak de grond vochtig voordat je zaait.
    • Leg twee à drie zaadjes per potje. Kleine zaden druk je alleen aan, grotere bedek je met een laagje grond van twee keer hun dikte.
    • Houd de grond vochtig met de plantenspuit. Gieten spoelt zaadjes weg.
    • Laat na het kiemen per potje de sterkste staan.

    Tip

    Kijk op het zakje of het zaad een licht- of donkerkiemer is. Lichtkiemers mag je niet bedekken.

  • Je planten de winter door

    In de winter is er minder licht, groeien planten trager en hebben ze minder water nodig.

    Van november tot februari komt er veel minder daglicht binnen. De meeste kamerplanten gaan dan in een rustfase. Dat is normaal en geen teken dat er iets mis is.

    • Zet planten dichter bij het raam, maar niet tegen koud glas.
    • Geef minder vaak water, want de grond droogt trager.
    • Stop met voeding tot het voorjaar.
    • Houd ze weg van de verwarming, die droogt het blad uit.

    Veeg in de winter stof van grote bladeren met een vochtige doek. Een schoon blad vangt merkbaar meer licht.

  • Wat is ‘licht, maar geen directe zon’?

    Het staat op bijna elk plantenlabel. Maar wat betekent het in een gewoon Nederlands huis?

    Met ‘licht, geen directe zon’ wordt meestal een plek bedoeld waar je de lucht kunt zien, maar waar de zon niet urenlang op het blad schijnt. Denk aan een meter of één tot twee van een raam op het zuiden, of pal voor een raam op het oosten of westen.

    Snel je plek inschatten

    • Noordraam: zacht licht, goed voor varens, calathea en pothos.
    • Oost- of westraam: ochtend- of avondzon, voor de meeste kamerplanten ideaal.
    • Zuidraam: fel, top voor cactussen en vetplanten. Andere planten een stukje terugzetten.

    Schaduwtest

    Houd je hand boven het blad. Een scherpe schaduw is direct zonlicht, een vage schaduw is helder indirect licht, geen schaduw is weinig licht.

  • Waarom een afvoergat zo belangrijk is

    Wortels hebben lucht nodig. Staat er water onderin de pot, dan stikken ze langzaam en begint rot.

    Wortelrot is de meest voorkomende oorzaak van een kwijnende kamerplant. Het begint onzichtbaar onderin de pot, waar water blijft staan. De eerste signalen zie je pas later: gele onderste bladeren, slappe stengels en grond die muf ruikt.

    Een afvoergat laat overtollig water weg. Daarom hebben alle Sproet-potten er een. Wil je een pot zonder gat gebruiken, zet de plant dan in een kweekpot binnenin en giet na het water geven het restje onderin weg.

    Een laag hydrokorrels onderin?

    Dat helpt minder dan vaak wordt gedacht. Het natte deel van de grond schuift gewoon omhoog. Een goed doorlatend grondmengsel en een gat werken beter.

  • Vingertest, geen kalender

    Water geven op een vaste dag voelt overzichtelijk, maar je plant kijkt niet op de kalender. Voel liever even in de grond.

    Hoe snel een pot uitdroogt hangt af van licht, temperatuur, potmaat en seizoen. Een plant op een zonnige vensterbank in juli drinkt veel meer dan dezelfde plant in november. Een vaste ‘waterdag’ klopt dus bijna nooit.

    Zo doe je de vingertest

    • Steek je vinger een paar centimeter in de grond.
    • Droog en kruimelig? Tijd voor water.
    • Nog koel en vochtig? Wacht een paar dagen en voel opnieuw.

    Geef als je water geeft meteen flink, tot er water uit het afvoergat komt. Zo wordt de hele kluit nat en niet alleen de bovenlaag. Giet het water dat na een kwartier nog in de schotel staat weg.

    Tip

    Til de pot eens op vlak na het water geven en een week later. Na een paar keer voel je aan het gewicht of hij dorst heeft.